Kleine kinderen

Kinderen zijn een bevolkingsgroepje apart. En dan heb ik het over kleine kinderen, jonge kinderen moet ik eigenlijk zeggen, tot en met de leeftijd van groep 8. Daarna veranderen ze hard in pré-pubers of sommigen al in pré-volwassenen. Nee, de jongste soort van deze bevolkingsgroep bedoel ik. Daar wil ik even bij stilstaan. 

Vanuit mijn status van moeder-zijn heb ik alle stadia meegemaakt natuurlijk, van baby tot volwassen mensen. En vanuit mijn status van kleuterjuf-in-verschillende-generaties heb ik ook allerlei kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 7 jaar door de jaren heen meegemaakt.  En ik moet eerlijk toegeven dat de beleving gedurende die jaren veranderd is.

 

Toen ik als 15 jarige aan de opleiding begon vond ik kleutertjes schattig. Toen ik als 20 jarige de opleiding afrondde vond ik ze soms een beetje lastig. Toen ik op mijn 25ste moeder werd had ik een allerliefst klasje en werd mijn laatste jaar op de school waar ik toen werkte een onvergetelijk jaar. Ik nam mijn baby mee naar school; er stond zelfs een box in de klas en een babybedje in de personeelskamer. Ik voedde mijn baby tijdens vergaderingen en groep 8 nam haar mee in de wagen tijdens een puzzeltocht door de wijk. Een tijd om nooit te vergeten.

 

Op de nieuwe school waar ik kwam te werken vond ik de kinderen leuk, maar niet meer dan dat, want mijn eigen kind was het leukste kind wat er was. En dat werd kind nummer twee ook. En kind nummer drie ook. En kind nummer vier ook. Mijn eigen kinderen heb ik altijd de leukste kinderen gevonden en daarnaast waren de kleuters ook heel leuk, maar soms ook niet. Niet wanneer je op een gegeven moment een klas van 42 kwetterende kleuters te organiseren hebt. Gelukkig heb ik altijd de steun van lieve en behulpzame collega's gehad die mij gelegenheid gaven om mijn baby's borstvoeding te geven tussen werktijden door.  Hoe lief was dat van het team van bijna alleen maar mannen toendertijd.

 

Er waren "tropenjaren" bij , de jaren die je dubbel zou moeten tellen, zo oneindig lang duurden die, met grote drukke klassen en er waren jaren bij ik met twee vingers in mijn neus doorbracht. Met kleine beginnende klasjes, zo klein dat ik me de moeder van een groot gezin voelde. Verstoppertje spelen in de klas kon toen gewoon. En er was natuurlijk ontzettend veel individuele aandacht voor de kinderen. Dat was in de periode dat mijn eigen "leukste kinderen van de hele wereld" volwassen werden en ik alle leuke kinderen van de kleuterklas begon te herontdekken. De periode waarin ik oma werd van een eerste kleinkind werd weer een periode van herinneringen ophalen van toen onze eigen kinderen klein waren. Er waren overeenkomsten en verschillen. En toen ons oudste kleinkind kleuter werd was hij natuurlijk de leukste kleuter op de hele wereld, maar begon ik nog meer van de kleuters in mijn klas te houden en te zien dat niet elk kind zo bevoorrecht is. 

Hoeveel leuke herinneringen aan alle doodgewone dingen die bij kleuters horen heb ik niet verzameld door de jaren heen. Wanneer je je ogen opent voor de "gewone dingen" waar kleuters mee bezig zijn zie je zoveel leuks. Het is de volwassenwereld in het klein, maar dan zorgeloos en vertederend. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Over de opmerkingen. Over hun ontwikkeling, over hun vriendschappen op school, over hun soms zorgelijke toestand thuis, over het contact wat ik nog steeds met sommigen van hen heb. 

 

Gelukkig heb ik vier kleine kinderen om me heen, kleinkinderen genaamd. Vier kleine mensen waar ik me telkens over kan verbazen. Ja, ik kan me nog steeds over die kleine mensen blijven verbazen, na al die jaren met kinderen om me heen. Je zou denken dat ik alles al ,weet ik veel hoeveel keer, heb meegemaakt, maar ik blijf verbaasd, verwonderd, vertederd, en verliefd.